skyline
 

Variaties op erfgoed: Spinvis en Ensemble Zerafin in Buiksloterkerk

DSC02972 (3) Wie Erik de Jong en celliste-zangeres Saartje van Camp in het voorjaar van 2015 in het STUK in Leuven hoorde vertellen dat het nieuwe album ei zo na klaar was en hen dit hoorde betuigen met het frisse ‘Stefan en Lisette’, kan stilaan op het vinkentouw zitten. Maar, “Ja! Tegen de kracht der verbeelding; Ja! Tegen het avontuur van de kunst,” zou Simon Vinkenoog ooit proclameren onder begeleiding van de Jong. Geen album voor Spinvis in 2016, wel een jaar van features. De ene al meer gevestigd dan de andere, denk onder meer aan Johanneke ter Stege en Nasrdin Dchar, of Maurits Pauwels toen die zich nog Mauro Pawlowski liet noemen. 

 

 Rode draad doorheen het hele jaar – vanaf februari – was de samenwerking van Ensemble Zerafin met de Utrechtenaar. Samen met componisten Roderik de Man en Guus Janssen keek de groep om zich heen aan de oevers van vier eeuwen geleden. Eerder doceerde Spinvis een masterclass melacholie, dit keer was het – voor de Noorderburen – een les vaderlandse geschiedenis.De Jong nam enkele A4-geprinte kaartjes mee uit het begin van de zeventiende eeuw, toen de barok de renaissance binnen begon te dringen; toen de virtuositeit van orgelspelers de in de kerken weergalmde; ja: over nu en nooit, over droom en dood. Het concert speelde zich af in de Buiksloterkerk: een kerk in Buiksloot. Wat ooit een zelfstandige gemeente en dorp was is nu een deel van Amsterdam-Noord, maar met de gelijkaardige huisjes die Monet iets verderop in de jaren 1870 tijdens zijn bezoeken aan Nederland schilderde. Achter de dijk ligt de Buiksloterkerk, gebouwd in 1609 en al een halve eeuw zonder misviering. De map die Spinvis – die nu nog zonder geluidsversterking het publiek toesprak – vast hield dateerde uit 1605, en “als je hier street view op zou doen zou je de kerk kunnen zien gebouwd worden.” Spinvis vertelde over de graven onder de vloer van de kerk, daar waar het Ensemble Zerafin plaats heeft genomen, en over de expedities er naar toe. Het is de laatste show van deze tour – de rol van troubadour die de zanger soms graag lijkt aan te nemen kwam hier volledig tot zijn recht. “Mijn liedjes,” zo zegt hij, “gaan vooral over de tijdelijkheid van alles en over de verzuchting.”

DSC02974 (2)

Ensemble Zerafin is het pendant van het opgedoekte Ensemble Ziggurat. Met een amalgaam van inheemse instrumenten probeert het diverse, kosmopolitische gezelschap een nieuwe sound te creëren. Regelmatig werkt het samen met kunstenaars, waarvan Spinvis diegene is die de lijst afsluit. “Zerafin laat de Nederlandse samenleving deelnemen aan de authentieke rijkdom die elke musicus van het ensemble naar Nederland heeft meegenomen.” 

Spinvis is natuurlijk de meest tastbare uiting van de rijkdom van het Nederlandse Lied, al gaat de zoektocht naar het  Nederlandse cultuurgoed en hoe hier mee om te gaan verder. Spinvis, De Man en Janssen maakten een actuele herwerking van een verwerking van een volkslied. ‘Mein junges Leben hat ein End’ was een van de acht wereldlijke liederen waar Jan Pieterszoon Sweelinck (1562-1621) variaties op schreef, gemaakt voor klavier. Anno 2015-16 abstraheerden de drie componisten dit tot nieuw werk, hetzij op vlak van tekst, hetzij op vlak van techniek, hetzij op vlak van melodie.

DSC02977 (2)

“We weten bijna niks over ‘m, we kennen alleen zijn prachtige liedjes.” Een aantal monografiën verder weten we dat dat natuurlijk niet zo is, maar de gedachte droeg bij aan het melancholieke doch onvoorspelbare karakter van de show – al werd dit patroon wat verstoord door het programma dat uitgedeeld werd bij het binnengaan. ‘Mein junges Leben hat ein End’ stond er vijf keer op geschreven: een keer in haar eigen vorm, op het negentiende-eeuws orgel dat de kerk rijk is uitgevoerd door Matthias Havinga, en vier hedendaagse interpretaties. Componisten De Man en Janssen leidden de stem van zangeres Kristina Fuchs naar verschillende hoogtes, ritmes en expressies; gemêleerd met Oosterse instrumenten als de Chinese erhu (Weiling Fang) of de Armeense doedoek (Raphaëla Dankasagmüller) in het geval van De Man, of met ravissant en bijna episch slagwerk (Bart de Vrees) bij Janssen. Zich aan dezelfde componist meten als waar Glenn Gould zich in 1959 toetste is riskant en uitdagend, en het resultaat was ongetwijfeld niet altijd even toegankelijk. Maar het geheel was subliem, als een exalteren van mogelijkheden met imitatie en variatie. Laatste invulling, kortweg ‘Junges Leben’, kwam van Spinvis zelf: zittend aan een Chinese koto en zacht begeleid door de blokfluit van Danksagmüller schreef De Jong de meest intieme variant als een soort uitgepuurd profijtelijke en oosterse variant op Henriette Renié. Spinvis vertelde onderwijl, confronteerde het publiek met de omgang met cultureel en materieel erfgoed. Sweelinck wist de beeldenstorm van 1566, toen de muren van de Amsterdamse kerken wit werden geslagen, te doorstaan maar geraakte nadien in vergetelheid. In 1940 zocht Anton Mussert, de oprichter en leider van de Nationaal-Socialistische Beweging in Nederland (NSB) een nieuw ‘Dietse’ held, een symbool voor vaderlandse trots en liefde, afkerend voor al wat inheems is. Die vond hij in Jan Pieterszoon Sweelinck, en een groot bronzen beeld werd gegoten en geplaatst op een plein ergens in Amsterdam-Zuid. Na de bevrijding werd het van zijn sokkel getrokken en in de modder gegooid, om dertig jaar erna alsnog vernield te worden. Eens een overlever, daarna een slachtoffer van de beeldenstorm. De geschiedenis herhaalt zich nooit, weet u. Maar rijmt altijd een keer. Het beeld dat ongeveer diezelfde tijd in Den Haag werd opgetrokken door Dirk Bus werd hier niet vermeld, maar kan wel aanleiding zijn tot nieuwe gedachtegangen. DSC02976 (2)

DSC02980 (2)

De nummers van Spinvis die deze composities aaneen regen bestonden al enkele jaren, maar niettemin werd ook van deze stukken een variatie uitgevoerd, waar het Ensemble Zeafin een prominente rol in kreeg. De stem van Fuchs gold nu als een soort obstruerende factor, alsof de zangeres een incoherente conversatie aanging met de nummers van Spinvis; dan weer als een dragende factor of een stijgende toonladder die houvast biedt. Daarnaast kregen de nummers een nieuw karakter, zoals bij ‘Bagagedrager’, hier met een puls zoals die van ‘I Sat Sadly By Her Side’ van Nick Cave, moest dit nummer gedragen worden door een doedoek. Niemand bezingt de daagse platitude beter dan Spinvis, zo bleek ook uit ‘Loop der dingen’. Al zingt de man vaak niet echt, of toch minder dan op plaat – eerder is het een soort vertelling, of de mest hedendaagse vertolking van cabaret. “Zowat als Johnny Cash,” hoorden we iemand buiten de kerk zeggen. Het tweede blok van Spinvis-nummers bestreek ‘Insomnia’, ‘Video’, ‘Oevers’ en ‘Kom terug’, aldus het programmablad – grosso modo een resumé van ons favoriete werk uit een decennium Nederlandstalige muziek. Dichter dan ooit kwam de zanger bij die andere grootmeester van het Nederlandse Lied, Boudewijn de Groot, bij de uitvoering van ‘Club Insomnia’, toen de echo’s van Fuchs een herinnering aan de achtergrondstemmen uit ‘Mensen om me heen’ opriepen. De dragende contrabas (Dario Calderone) die een geheel leek te vormen met de houten biechtstoel net erachter, kleurde bij de uitvoering van ‘Club Insomnia’ het hele nummer. DSC02981 (2)

Geen exalterend afbreken van de climax bij de uitvoering van ‘Voordeel van video’ bij deze uitwerking: een symfonisch en bijna speels huzarenstukje knipoogde naar de barokke traditie waarin deze voorstelling haar oorsprong kent. ‘Aan de oevers van de tijd’ werd ontstellend tactiel gebracht, met een panfluit (Matthijs Koene, tevens artistiek directeur) die in getemperd duet met de kopstem van Fuchs de percussie van De Vrees overstemde: een subliem resultaat. De instrumenten die de nummers van Spinvis op plaat kenmerken werden genadeloos doch o zo passend vervangen door het ensemble. Wie een orgel in de kerk en ‘Kom terug’ op het programma ziet staan legt al snel een verhoopt verband, maar de uitvoering van de synth-tonen op viola da gamba (Cassandra Luckhardt) bleek waarschijnlijk nog een betere keuze om het levenscredo van Spinvis te vertolken.

Het eindwoord was ook voor Spinvis. “Tot zover hebben we geoefend. Het volgend nummer is maar twee akkoorden, dus dat kunnen ze nog net.” Weiling Fang demonstreerde nog een keer haar kunnen op de erhu tijdens ‘Kindje van God’. “Het zag er reuzegoed uit, het was goed geprobeerd,” of zelfs meer dan dat. Meer dan een les geschiedenis, stuurde het negenkoppige gezelschap ons naar huis met het inzicht van de eindeloze mogelijkheden voor variaties op bestaande nummers, waar die ook teruggehaald moeten worden. De uitwerking hier van was as good as it gets. Wij zagen al enkele Facebook-events verschijnen voor komende optredens van zowel Spinvis als Ensemble Zerafin. Ongetwijfeld tot dan.

Tekst en foto’s: Sander Bortier