skyline
 

Nil Volentibus Arduum

Napoleon ‘Nappy’ Brown Culp was 28 jaar oud toen hij zich een weg naar het collectieve geheugen baande met  de Rhythm & Blues standaard ‘Night Time is The Right Time’. Later ook door Ray Charles uitgebracht, werd de titel meer dan de muzikale contouren een geliefkoosde referentie aan de nachtelijke, bezonnen liefde. Nu nog, 59 jaar nadien, weerklinkt de echo van die onbehouwen drang naar het ontsnappen aan de restricties van de dag. Waar deze drang beter tot uiting laten komen dan nabij de grootste der Grote Markten die ons land rijk is?

Sint-Niklaas

Dit met een scherp, schier spannend programma dat Villa Pace (de leek kan ook ‘Vredesfeesten’ zeggen) aanbood. Een doorsnede van het muzikale equivalent van de kleerkast van een veertiger – denk Axelle Red en Gabriel Rios – aangevuld met artiesten die nog geen ‘te gebruiken tot’-label dragen. Flying Horseman mocht op Het Pleintje (nee Moussa Dembélé, géén pannacompetitie) tegen den elven het poreuze publiek de catharsis schenken. Sinds ‘Night Is Long’ is het zeskoppige vehikel onder leiding van Bert Dockx uitgegroeid tot een angstwekkend precieze formatie. De eerder vooral geïnternaliseerde emotie in de nauwgezette opbouw van de songs, zoals bv. in het woest golvende ‘Money’, komt nu tot uiting in een letale groove die Swans eerder op het jaar al geperfectioneerd had.

Sint-Niklaas kreeg een hermetische, van bindteksten gespeende set die met ‘Faithfully Yours’ een bevlogen start kende. Dat de gitaar het jazzakkoord slechts in de handen van een groot gitarist juist wil laten klinken, is niet alleen een gevolg van de weerbarstigheid van het instrument, maar vooral van het normaliter gebrekkige gebruik van akkoorden uit het addendum van de gitaargids. Wanneer Bert Dockx de trillingen van zijn snaren laat versnipperen tussen de kaken van de zusjes Maieu, is het oppassen geblazen. Druiperige westernriffs klonken zelden zo urgent, en de stem van Dockx lijkt steeds meer de kelder op te zoeken, iets wat op de debuutplaat van zijproject Strand ook sterk naar voor komt.  Nu moet gezegd dat Flying Horseman meer dan ooit het werk van de Zes is, en dus geenszins te herleiden valt naar Dockx & co.

Dat er te veel liefde is, is wel de laatste boodschap die we verwachten in een land dat klaarblijkelijk naar de noodtoestand smacht. Drama’s als een vallende minister-president en het tanende recht op godsdienstvrijheid blijken voor Flying Horseman slechts spiegelingen van T.M.L., een afkorting die behalve voor too much love vooral voor Tomorrowland staat bij de hedendaagse Vlaming. Wars van enig cynisme, zoals het een redactioneel lid betaamt, durven wij te stellen dat de dialectische methode die Hegel ter schikking van de wereld gebruikte, nog steeds wérkt. Dorpsfeesten, weinig publiek en een knallend vuurwerk doorheen de songs tegenover oprechte bewondering, geveinsde desinteresse en prachtige melodieën; een meesterlijk concert.

Eenzelfde devies aan het adres van STUFF.: hoewel onze bewondering voor de drummer geen enkele grens kent, is het Antwerps-Gentse project geen “Lander Gyselinck en de zijnen,” wel een ravissante synergetische assemblage waartoe dit kwintet leidt. Hoewel dit alles bij Gyselinck begint en het de elektrische saxofoon – en wat blijven wij geïntegreerd door dit instrument – van Andrew Claes (neen, geen familie vàn) is dat kleur geeft aan deze avant-garde, blijkt dit hele live-gebeuren meer dan een som van de delen – noem het gerust een veelvoud.

Geenszins is het de bedoeling van STUFF. jazz een nieuw leven in te blazen, laat staan met tradities te breken. Wat ze maken is nieuw, hoe ze het brengen is het het nieuwst. Wie die live-sessie uit de AB kent, weet dat een STUFF.-optreden geen vertoning van hun titelloze debuut is. Wel kreeg het Sint-Nicolaasplein een cryptische schim van ellenlange erupties dan wel nieuw werk dat culminerende apotheosen als ‘Skywalker’, ‘Tahtam’, ‘Sifa’ of ‘Java’ (encore) opstapelde. Meesterlijk nummer ‘D.O.G.G.’ bleef dan wel op stal, al moet gezegd dat de term “nummer” hier wars van enige semantiek gebruikt wordt: STUFF. speelt geen nummers live – STUFF. creëert een nieuw livegebeuren dat elk puristisch paradigma doorbreekt.

Geprivilegieerd en dankbaar moeten de twee kernbegrippen zijn die de gemoedsrust van het Waasland de nacht van de 3e op de 4e september kenmerken. Zo ook bij ons: de dagen worden en korter en het festivalseizoen loopt ten einde – toch is dit de tweede keer in evenveel weken dat wij zonder onze portefeuille te openen de kunst der vaderland bewonderden, nadat Melanie de Biasio en een ijzersterk Condor Gruppe ondanks de uitgesproken grenzeloosheid van de editie op de Feërieën Brussel door de hittegolf loodste. Villa Pace had simpelweg de eer de twee huidige beste Belgische groepen van het moment te programmeren. “In de schaduw van de stadskerk,” dat blijkt dus niet enkel voor Ennio Morricone of Massive Attack te werken deze zomer.

Zowaar geschreven door Stef Claes en Sander Bortier
Foto door Katleen Baeck