skyline
 

Salonfähig maar geniaal: Dez Mona in Trix

Ene Bert Dockx heeft trouwens een nieuw projectje

IMG_3556

We hebben sinds zondagavond een reden om alvast voorbij de zomer naar september uit te kijken: Strand, het Nederlandstalig soloproject van Bert Dockx (dat onuitputtelijk talent achter Dans Dans en Flying Horseman, voor wie net uit een coma ontwaakt is) komt rond die tijd met een debuutplaat.

Ons enthousiasme kan simpel gemotiveerd worden: dit is de beste Nederlandstalige singer-songwritermuziek die we ons kunnen herinneren. Spinvis niet meegerekend, natuurlijk. Hoewel Dockx soms wat aanleunt bij kleinkunst. Zijn twaalfsnarige akoestische gitaar behandelt hij nog wat te veel als speelde hij een Dans Dans show, maar het siert hem dat hij sommige -al dan niet gedramatiseerde- Urpf Lanze-momentjes danig uit de verf laat komen.

De nummers dragen net als zijn project enkel zelfstandige naamwoorden bij wijze van titel en lijken de schoonheid van het Nederlands te willen onderstrepen. Dockx zingt duidelijk, ontplooit zijn mooi timbre volledig en weet ook het juiste gevoel te leggen, waardoor onze aandacht tijdens deze 35 minuten try-out nooit zou verslappen. De thematiek in zijn poëtische lyrics is wat je kan verwachten van een subversief kunstenaar als hemzelf. Die geuzennaam verdient hij ondertussen toch wel.

Een ouder publiek betekent meer stilte in de zaal. Naast Bert Dockx zou ook Dez Mona daarvan profiteren, een band die in Trix perfect tot z’n recht komt. Ze stonden al op het grote podium in november, toen de Radio 1-sessies er neerstreken. Geen toeval, want de zender bereikt op muzikaal gebied een specifiek luisteraarsprofiel: niet meteen fan van het compromisloze, maar wars van schema’s en meestal ook van vooroordelen. Dez Mona ten voeten uit, dus. Hun proggy mengelmoes valt helemaal niet in één genre onder te brengen.

Al laten flarden van hun werk wel doorschemeren hoe het dEUS had kunnen vergaan, mocht ‘The Ideal Crash’ niet het eindpunt hebben gevormd van een briljant parcours. Dez Mona staat dan ook voor typisch Belgisch avantgardisme, met een liefde voor retro als bindmiddel. Gregory Frateur is een regelrechte kruising tussen Robert Plant en Antony, wat ook illustratief is voor het niveau van de rest van de band, die drummer Steven Cassiers deelt met -jawel- Dans Dans.

Energie, een enorme diversiteit en genoeg hoogtepunten om van een topavond te kunnen spreken; Dez Mona stelt tegenwoordig niet voor niets een live-album voor. Het is een perfecte band om menig podium aan flarden te spelen, zij het te zot om al te veel buiten onze landsgrenzen los te lopen. Zo laat dit zestal zich soms vergezellen door halve orkesten en liegt hun uitgepuurde productie er niet om.

Al ligt een geringe commerciële aantrekkingskracht deels ook aan de onbestaande rode draad in hun muziek, iets waar -we blijven in the scene- Flying Horseman ook af en toe nog wat last van heeft, zij het in mindere mate. Op zich maakt dat geen reet uit, want muziek kan prachtig zijn en perfect uitgevoerd worden, zelfs al hoor je het ene moment Piazzolla en het volgende Wolfmother. Edoch, zo denkt de industrie er niet over, wat de afgelopen editie van Glimps ook nog eens pijnlijk duidelijk werd tijdens een panelgesprek met “””””experts””””” (let op de hoeveelheid aanhalingstekens).

Wat er ook van zij, aan kwaliteit was er geen gebrek in Trix. De uitvoering van Connie Palmens ‘Want ik Wil Niet’ -destijds opgenomen als tribuut aan de schandalig weggepleurde Ruth Joos-  was alleen al memorabel, maar ook ‘A Little bit of Dream’, een ongemeen rockend ‘Didn’t it Rain’ en vooral het dreigende en tegelijk poppy ‘The Passing’ willen we onderstrepen. Een gebrek aan ‘Trial’ -vooral in de krankzinnige uitvoering- en een paar overbodige bissen zouden nooit voor enig smet op het blazoen van Dez Mona zorgen.

De MO‘s en Stromae‘s van deze wereld vanuit een klein land exporteren lijkt geen probleem. Misschien moet er in gevallen als Dez Mona naar een volledige groep van bands worden gekeken. Bands die tegendraads en kunstzinnig zijn, maar vooral tjokvol talent zitten. Er bestaat wel degelijk nog steeds zoiets als ‘de Belgische sound’. Dat werd zondagavond in Trix voor een zoveelste keer duidelijk.

Binnenkort wijden we een Engelstalige feature aan een reeks Belgische alternatieve bands en de hierboven beschreven vraagstukken.

(mp-h)