skyline
 

Frank Ocean’s Blonde: een essentiële gids (deel 1)

Vier jaar na ‘Channel Orange’, zijn Grammy-winnende debuutalbum, en talrijke gemiste deadlines later is Frank Ocean terug met niet één, maar twee albums: het visuele album ‘Endless’ met bijdragen van James BlakeJonny Greenwood, SamphaArcaSebastiAn en Alex G, en ‘Blonde’, de eerste release op zijn eigen label, Boys Don’t Cry.

Als meneer Ocean zich vier jaar kan permitteren om nieuw materiaal uit te brengen (met uitzondering van enkele features hier en enkele loosies daar), dan mogen wij ook onze tijd (twee weken, mi scuzi) nemen om ‘Blonde’ kritisch door te lichten en er een bijhorende gids (in twee delen!) over te schrijven, waarin de belangrijkste thema’s aan de hand van terugkerende motieven worden uitgelicht.

Frank-Ocean-blonde-album-cover-628x628
De fans verwachtten niet minder dan een meesterwerk en het moet gezegd zijn: ‘Blonde’ lost de torenhoge verwachtingen ruimschoots in. Wie een tweede ‘Channel Orange’ verwachtte, is er aan voor de moeite: ‘Blonde’ is een diep, persoonlijk en melancholisch album geworden en bijgevolg is de instrumentatie ook minder upbeat en is de sound experimenteler. Het gros van de nummers bevat geen percussie, maar wel zachte warme gitaren en rijke vocale harmonieën. De sterkte van Frank Ocean ligt nog altijd in zijn kracht als levendig verteller.

 

contrast all the quiet with some noise. new noise and old noise..sober crowd, faaded crowd. all welcome.”

 

Het belangrijkste motief doorheen de hele plaat zijn de vele verwijzingen naar dualiteit. Allereerst bracht Frank na vier jaar niet één, maar twee albums uit. Het tweede album, getiteld ‘Blonde’, wordt op de (digitale) cover als ‘Blond’ gespeld, waarbij deze laatste een duidelijke verwijzing is naar de masculiene kant van Frank is, terwijl de officiële titel een vrouwelijk karakter suggereert.

Vele nummers op ‘Blonde’ bestaan uit twee delen of verwijzen op een andere manier naar het dubbelzijdige karakter van de plaat. De single-versie van albumopener Nikes begint met een naar beneden gepitchte zware stem en een hoger gepitchte stem die (schijnbaar) in dialoog lijken te treden. De woorden van beide stemmen dansen echter zonder enige erkenning van de gesproken inhoud om elkaar heen. De lagere stem verkondigt op een bepaald moment: “I got two versions. I got twoooo versions”. In de video voor Nikes valt de camera op de laatste ‘versions’ op twee Mariabeeldjes. Inderdaad, ‘two virgins’. Mooie dubbele entendre, Frank. Daar houdt de verwijzing echter niet op. De albumversie van Nikes verschilt van de single-versie doordat de lagere stem niet meer in het nummer voorkomt. Tegelijkertijd is het ook een slimme verwijzing naar de dubbele release van ‘Endless’ en ‘Blonde’, beiden opvolgers van het alom bejubelde ‘Channel Orange’. Tot slot bestaan ook alle versies van Nikes uit twee duidelijk te onderscheiden delen: halverwege het nummer neemt een geautotunede Frank het over van de naar boven gepitchte stem waardoor het nummer effectief in twee gebroken wordt.

Deze structuur komt ook nog voor in enkele andere nummers op de plaat. Het prachtige Self Control, waarin ook weer een hogere stem (vermoedelijk die van de Zweedse rapper en sad boy Yung Lean) in unison met een lagere stem (die van Austin Feinstein, van de band Slow Hollows) de hartbrekende woorden “Keep a place for me, for me/ I’ll sleep between y’all, it’s nothing/ It’s nothing, it’s nothing/ Keep a place for me, for me” zingt, wordt afgesloten met een outro waarin Frank in gradueel groeiende bijna religieuze harmonieën met zichzelf zingt. Nights ondergaat een beat switch naar het einde toe, éxact op het middelpunt van het album, effectief het album in twee delen opbrekend. Op het tweede deel van de beat rapt/zingt Frank in een hogere pitch die doet denken aan de stemmetjes die Kendrick Lamar soms durft aan te nemen op nummers zoals Swimming Pools of Sing About Me, I’m Dying of Thirst. Het refrein van het eerste deel van Nights herneemt hij in het tweede deel in een luie Drake-flow zoals we die kennen van nummers zoals Madonna of de hook van Game’s 100. Het wondermooie White Ferrari eindigt net zoals Self Control met een outro die de aandacht naar zich toetrekt. Vele mensen waren in de waan dat het laatste stuk van dit nummer door Justin Vernon van Bon Iver of James Blake gebracht werd en hoewel dit niet het geval is, zijn de invloeden onmiskenbaar: een zachte, door effecten geaccentueerde falsetto over warme gitaarakkoorden leidden het nummer uit. Ook volgend nummer Seigfried, met prachtige aanzwellende violen onder bevel van Jonny Greenwood, valt een gelijkaardige structuur te beurt: het nummer eindigt met een outro waarin een weemoedige Frank als mantra scandeert: “I’d do anything for you/(In the dark)”. Pretty Sweet begint als een onontwarbare wall of sound en transformeert gradueel in een coherent geheel waarin de in reverb gedrenkte stem van Frank na een jungle-esque break afgelost wordt door de gezangen van een kinderkoor met ongepaste inhoud: “We know you’re sugar/ We know you’re sweet like a sucka/ Pretty sweet/ Pretty sweet”.

Solo heeft een letterlijke tegenhanger op het tweede deel van de plaat met het door legende en befaamde kluizenaar Andre 3000 magistraal gerapte Solo (reprise), een lamentatie over drugs, euforie en verval. In de laatste woorden van dit nummer wijst Three Stacks zowel impliciet als expliciet op de discrepantie tussen de teksten en personae van contemporaine rappers en het leven dat ze effectief leiden of geleid hebben: “After 20 years in, I’m so naive/ I was under the impression/ That everyone wrote they own verses/ It’s comin’ back different and, yeah, that shit hurts me/ I’m hummin’ and whistlin’ to those not deserving/ I’ve stumbled and lived every word/ Was I working just way too hard?”

Ten slotte zijn er nog de nummers die afgesloten worden met een skit en dus ook uit twee duidelijk te onderscheiden delen bestaan: Good Guy en Futura Free. In het prachtig eerlijke Good Guy heeft Frank het over een (blind) date met een man die geregeld werd door de good guy (een gemeenschappelijke vriend) in kwestie (“Here’s to our good guy, he hooked it up/ Said if I was in NY I should look you up”). Frank’s date neemt hem mee naar een homobar. Het is het enige nummer op ‘Blonde’ waarin de geaardheid van Frank expliciet aan bod komt.

Tijdens de date worden de verschillen in verwachtingen tussen beide duidelijk (“I know you don’t need me right now/ And to you it’s just a late night out”). De outro van het nummer is echter een skit bestaande uit een dialoog in de auto tussen twee vrienden. De eerste persoon heeft het op een zelfingenomen manier over hoe zijn gesprekspartner gewild is bij de vrouwen uit hun hood. (“This nigga, all the bitches in the neighborhood wanna fuck you nigga. He told me. I used to fuck with all of ‘em”). Er volgt een korte stilte. Het tweede personage, duidelijk stiller, mogelijks een representatie van Frank zelf, wikt zijn woorden: “Yeah I ain’t got bitches no more.” Voordat hij zijn zin kan afmaken, gaat het eerste personage zonder gewag te maken van wat zijn gesprekspartner juist gezegd heeft verder: “But now I don’t care about bitches like that my nigga, that chick Jasmine fucking wrecked my heart, I don’t even know how I feel about bi-” Hij wordt in het midden van zijn zin onderbroken door het volgende nummer. Het eerste deel van Good Guy is een fragiele mini-ballade over een mislukte date met een man, terwijl het tweede deel ongetwijfeld moet begrepen worden als een voorbeeld van de cultuur waarbinnen Frank is opgegroeid en hoe moeilijk het wel niet moet zijn om binnen deze cultuur, waarin hij geacht is begeerlijk te zijn ten opzichte van de vrouwen uit zijn gemeenschap, zich als homo- of –in het geval van Frank zelf– als biseksueel te outen. De juxtapositie van beide delen zetten de boodschap kracht bij.

frank-ocean-boys-dont-cry-album-op-ed-5

 

“THE INTERNET MADE FAME WACK…

and anonymity cool. ”

 

De implicaties van en de interacties tussen de reële en virtuele leefwereld komen ook aan bod: letterlijk in Device Control, een nummer uit ‘Endless’ dat eigenlijk van de contemporaine fotograaf Wolfgang Tillmans is, waarmee Frank naar het befaamde Berghain is kunnen gaan, is en waarin Tillmans een aandoenlijke profetie en tegelijk een bijtende kritiek verkondigt over de groeiende aanwezigheid en wonderlijke toepassingen van hedendaagse multimediale en technologische toepassingen over een foute analoge housebeat: “With this Sony Telephone 4K video is in your palm/ It is in your palm, in your palm/ In your hand, in your hand/ With your eyes, with your eyes/ You can capture real 4K”. De virtuele wereld biedt een ideaalbeeld dat soms ten koste gaat van haar reële tegenbeeld: “You can still stream your life/ Your life can be streamed/ In endless communication/ We all show interest in everybody’s life/ Your life can be streamed/ Life, your life can be streamed”. Dit hoeft echter niet per se begrepen worden als een revolte tegen de verregaande virtualisatie van de empirisch waar te nemen wereld. Het zou anders best hypocriet van Frank geweest zijn om verwachtingen te creëren voor zijn terugkeer via een cryptische stream waarin hij een trap bouwt.

Frank’s visie op de virtuele wereld en haar gevolgen op het reële en unconnected dagelijkse leven komen ook aan bod in Good Guy en het door de Franse producer SebastiAn vertelde Facebook Story op ‘Blonde’. Frank verwijst op Good Guy met slechts één zinnetje expliciet naar de relatie virtueel-reëel: “You text nothing like you look”. Alvorens af te spreken, hadden ze dus al virtueel kennis gemaakt. Blijkbaar worden de verwachtingen die Frank voor zichzelf geschept had op basis van de virtuele persona van zijn date, niet helemaal ingelost: “Here’s when I realized you talk so much, more than I do/ I, it’s highlights when I was convinced/ That it isn’t much more it’s so not you”. Met Good Guy stelt Frank impliciet het verschil tussen reële en virtuele persona in vraag. In hoeverre komt de virtuele persoon van iemand overeen met zijn of haar reële manifestatie? Texting is, after all, the devil.

Dat dit écht geen wegwerpzinnen zijn over de dualiteit van personen die zich in de relatie virtueel en reëel bevindt, bewijst het interview van Frank met Lil B (The BasedGod) in het bijhorende Boys Don’t Cry magazine, waarin ze het uitgebreid hebben over de psyche van een internet troll:

BasedGod: The scary thing is that some of these people are serious. (Laughter) that’s what’s scary. The comments give people the chance to say something anonymously, to put whatever they want, frustrations, anything. They could’ve come back from a long day and just wanna let loose on somebody. This is a real experiment, and it shows you how people are. I know you’ve heard about the experiment where they test people to see if they would beat up someone who’s in jail, and they see if the people would shock someone else if they had the chance and the other person wouldn’t know. People were actually shocking other people if they did something wrong, because you didn’t see them. They would shock them, but if you could see them, then they weren’t doing that. It’s a scary thing when you feel like you don’t have to see anybody or you have these layers of protection.

Mikey: It’s a scary thing.

Frank: That’s the real them. That’s the real person. At the same time though, people are complicated to the point that nobody is any one thing. Given the opportunity you could be five different Brandons and I could be five different versions of myself—or more. Five is an arbitrary number. The internet is just another experiment showing us more sides of us.

Frank schreef voor het magazine ook een screenplay voor de eerste ‘episode’ van Godspeed, een stuk dat een zekere Steely, waarschijnlijk gebaseerd op Frank zelf, volgt doorheen zijn dagen. Hij breekt in auto’s in, gaat naar school, fantaseert over zijn vriendin en hangt rond met z’n vrienden. Het verhaal speelt zich af in de niet zo verre toekomst. In één bepaalde scène heeft een personage het over zijn intieme interacties met iemand die hij nog nooit in levende lijve gezien heeft.

Clark: ‘Hey guys, listen. Alright, so. If I’m not fucking this person in person, but we get off to each other through the mesh all the time is it the same? Or am I trying to sell myself something? I asked em to take a job as my massage therapist to like simulate intimacy. Thought it was a long shot, but it worked out. It’s been beautiful.’

Shoobie: ‘Who are we talking about?’

Clark: ‘That doesn’t matter’

Matthew: ‘Is this person local?’

Clark: ‘Nah, isn’t. It really doesn’t matter guys.’

Matthew: ‘I think it’s brilliant. Sounds perfect. Nothing left to be desired from my vantage point.’

Danny: ‘Hmm, I think it’s nearly there. There’s something missing that you might want—then again you might not want that at all.’

Clark: ‘Yea. It won’t ever be like that.’

FrankTumblr

Op Facebook Story vertelt SebastiAn over de break-up met zijn vriendin waarmee hij al drie jaar in een relatie zat ten tijde van de doorbraak van Facebook bij particulieren. Omdat hij, terwijl hij in the flesh voor haar neus staat, haar vriendschapsverzoek niet wilt aanvaarden, beschuldigt ze hem van vreemd te gaan en maakt ze het stante pede gedaan met onze Franse vriend. Hij is verbouwereerd door haar drastische daad om zoiets doms en kleins. De meest logische interpretatie van deze skit is dat het een venijnige kritiek is op onze afhankelijkheid aan social media en andere vertakkingen van het virtueel leven en de inherente valsheid van relaties die virtueel aangegaan worden. De meeste facebookvrienden zijn namelijk vaker wel dan niet vage kennissen zonder enige emotionele band met de gebruiker en met elkaar (studies zeggen dat gebruikers maximaal 150 facebookvrienden écht kennen en een vriend in het echte leven kunnen noemen; het gros van de gebruikers hebben echter meer dan 150 facebookvrienden). SebastiAn probeert het punt te maken dat social media niet meer dan een dom tijdverdrijf zijn, zonder enige echte waarde (“I said “come on you’re crazy” because like yeah, I’m in front of you, I’m every day, here in your house. That’s, it means like it’s jealousy. Pure jealousy for nothing, you know, virtual thing”).

Eenzelfde punt over de betekenisloosheid van virtuele interactie maakt Rosie Watson ofte Auntie Rosie, de tante van een goede vriend en wiens voicemailbericht de basis vormt voor de PSA Be Yourself, in het magazine in een interview:

Rosie Watson:Sometimes I’d hear my son, laughing in his room so I’d walk into his room and say, “What is so funny? What are you laughing about?” And he would say, “Mom, I’m talking to my friends.” And I’d say, “You’re not talking to your  friends, you’re typing to them.” I would go and get the house phone and bring it to him to say, “Here. Call them. Hear their voices.” I also told him this: ‘Do not ever ask a girl for a date through a text.’ If a guy ever asked me for a date on a text, I would probably type back something very unkind, with an exclamation point!”

Deze nihilistische interpretatie is natuurlijk ook een enorm naïeve interpretatie: virtuele relaties zijn niet waardeloos. Ze bieden een manier om in contact te blijven met de mensen die dierbaar zijn in het leven en vormen soms de basis tot nieuwe en diepgaande contacten die anders nooit gelegd zouden zijn. De virtuele wereld is ook een theater waarbinnen nieuwe manieren van uitdrukkingen tot vervulling kunnen komen: getuige hiervan is de Tumblr-blog van Frank waarop hij regelmatig heartfelt stukjes schrijft over zijn leven of de actualiteit (recent nog een prachtige post over de schietpartij in Pulse, een LGBT-nachtclub in Orlando waarbij 49 doden vielen: “I wanna know what others hear, I’m scared to know but I wanna know what everyone hears when they talk to God. Do the insane hear the voice distorted? Do the indoctrinated hear another voice entirely?”) of gewoon bij wijze van moodboard foto’s reblogged. Zijn Tumblr (en bij uitbreiding de gehele virtuele wereld) is ook de plaats waar zijn publieke coming out zich in 2011 voltrok met een emotionele blogpost waarin hij zijn eerste liefde voor een man beschrijft (“4 summers ago, I met somebody. I was 19 years old. He was too.”). Het was de eerste keer dat een zwarte man, actief in een wereld die jammerlijk genoeg nog steeds geplaagd wordt door homofobie, op dergelijk publieke schaal uit de kast kwam. De implicaties van deze post zijn niet te onderschatten: de impact, zowel op de carrière en publieke perceptie van Frank, als op de hiphop (en bij uitbreiding contemporaine popmuziek), is onmiskenbaar. Auntie Rosie heeft een genuanceerde kijk hierover:

Interviewer: WHAT ARE YOUR THOUGHTS ON SOCIAL MEDIA AND THE YOUNGER GENERATION?

Rosie Watson: “I do believe that they are in many ways, in a good place. I believe that social media is a medium by which they do communicate with one another, and also become activists in many ways. It truly is an opportunity for activism. However, I also believe that it can be very destructive in the sense that it can derail their focus. Forms of social media are potentially very addictive. And they can be abused, and they can consume too much of your time to the point that you are too concerned with what other people think about you. I do believe that people that use it have to know how to use it, and how to limit its use.”

Facebook Story is ook een voyeuristische kijk op de relatie van SebastiAn en zijn vriendin waarbij de zelfingenomenheid maar ook fragiliteit van beide ego’s zichtbaar en bijna voelbaar wordt. Ze zijn drie jaar samen geweest. Ze hebben elkaar gedurende die drie jaar leren kennen zoals een persoon maar weinig andere mensen leert kennen. De diepgaande, intieme vertrouwensband die ze over die drie jaar hebben opgebouwd, worden ongedaan gemaakt door het simpele weigeren van één muisklik. Eén kleine act die minimale inspanning vereist en die SebastiAn weigert te doen omdat ze volgens hem symbool staat voor nietszeggende ijdelheid. Eén (weigering van de) kleine act die voor zijn vriendin symbool staat voor verzwegen, maar bewezen ontrouw. De koppigheid van beide die hen weerhoudt toe te geven aan elkaar. Drie jaar. In (g)één klik weggevaagd.

Op albumsluiter Futura Free verwijst Frank een laatste keer naar de dichotomie reëel en virtueel: “Roots run deep/ Family tree, throw a big shadow/ Tech company/ Please gimme immortality/ I’m going rapidly/ Fading drastically”. Hij smeekt hierin een techbedrijf (Apple in dit geval) hem onsterfelijkheid te geven, omdat hij zelf (te) snel leeft. Apple biedt hem de mogelijkheid zijn muzikale projecten en ideeën uit te werken: de livestream naar aanloop van de release van ‘Endless’ werd gesponsord door Apple. ‘Blonde’ streamde een korte periode exclusief op Apple Music, waarvoor Frank met een riante smak geld werd vergoed. Frank heeft het over zijn eigen sterfelijkheid maar weet goed genoeg dat artiesten in de geschiedenis verankerd worden en de dood overwinnen door de werken die ze achterlaten. Met ‘Blonde’ heeft Frank zich onsterfelijk gemaakt.

EINDE DEEL 1

Geschreven door Casper Winters