skyline
 

Le Guess Who? dag twee: Josh T. Pearson for Jesus

Het leven is zwaar, maar het helpt als je daar niet te zwaar aan tilt. Hoppend tussen culture boat en Tripkade vinden we troost in een dampend bord voorgeschoteld in de Spaghetteria, een haven van licht en warmte in het ongure Noord-Nederlandse weer. Een zonderling leest “A brief history of human kind”, de rainy day women fietsen voorbij langs het raam en we houden van Holland.

Evil SuperstarsAlle foto’s afkomstig van https://www.flickr.com/photos/leguesswho

 

The Besnard Lakes - Le Guess Who? 2015Meer dan gisteren zou het grootste deel van de avond zich afspelen in Tivoli. De Grote Zaal was omwille van een ander evenement gesloten, maar alleen in de Vredenburg waren er nog zes verschillende podia met een shitload aan uiteenlopende muziek om tussen te kiezen. Op goed geluk beginnen we in de Ronda bij The Besnard Lakes. Met zo’n naam kunnen dat alleen maar Canadezen zijn, in dit geval met evenveel shoegaze als folkrock in het bloed. Aan woorden als “etherisch” willen we ons hier niet bezondigen, maar op reverb wordt in Montreal blijkbaar niet bezuinigd. In die grote ruimtes is het echter gemakkelijk verdwalen, en hoewel de bandleden erg strak staan (props voor de bassiste) missen we een rode lijn door de nummers heen –in de drang de composities naar hogere sferen te tillen zijn de overbodige instrumentaties legio, en dat helpt ons ook niet van de indruk af dat het allemaal erg inwisselbaar is.

Kaki King - Le Guess Who? 2015

Nadat The Besnard Lakes onze aandacht kwijt was voerden verschillende roltrappen van de chocoladefabriek ons naar de Pandora waar een uniek artieste ons opwachtte. Kaki King is simpelweg een van de beste gitaristen van dit moment, en bracht bovendien een echt concept mee naar Le Guess Who?. De spierwitte gitaar functioneert tegelijk als instrument en als projectiescherm, en Kaki stelt zich als bescheiden marionettenspeelster op. Met een ongedwongenheid die prachtig is om te zien schudt ze wondermooie melodieën uit het instrument, zonder dat de virtuositeit ooit een hindernis wordt. Met name het eerste deel van het optreden was het echt genieten geblazen –we kregen haast een antwoord op de vraag wat Chopin zou hebben gemaakt als hij met een elektrische gitaar was opgegroeid en niet met een piano. Daarna wordt de aandacht echter wat afgeleid van de muziek naar het concept achter ‘The Neck Is a Bridge to the Body’ waarbij de gitaar meer en meer als gimmick optreedt bij de verhalen die de projecties vertellen. Een origineel idee, maar wij hielden meer van het sobere eerste deel.

Titus Andronicus - Le Guess Who? 2015

Titus Andronicus is een tragedie in vijf aktes. Dat is ook wat we te horen kregen in de Ronda. Wel eens geroemd om het oprakelen van “the lost art of anthemic punk rock”, leken ze eerder de uitblinker op een band contest van een middelbare school. Een sublieme satire van schaamtelijk verdrongen jeugdsentiment als New Found Glory en All Time Low dat even Schots klonk als scheef, en om alle twijfel over het ironisch karakter onmogelijk te maken met drie keer zoveel gitaristen als nodig. Tenzij ze ons helemaal op het verkeerde been hebben gezet en het toch echt meenden, natuurlijk.

Deafcenter_TimvanVeen_004

Deaf Center mocht de stilte opzoeken in de Hertz, een verborgen parel in de Tivoli-oester. Drie ringen zitplaatsen boden de laatste rustplaats voor de avond echt ingezet zou worden. Het mysterieuze rode licht en banners met het opschrift ‘Fluister’ moesten het publiek ervan overtuigen dat ze toch best ook hun smartphone het zwijgen oplegden. Je kon een speld, en sporadisch ook een lege beker, horen vallen. Met een vleugelpiano, gitaar en effectenarsenaal creëren ze een zeepbel van minimalisme die al het geluid in de zaal naar zich toe trekt. Het publiek is getuige van de genese van het geluid dat tergend langzaam aanzwelt in de gitaarloops van Erik K. Skodvin, waarbij Otto A. Totland zorgt voor de aanvullende pianotoets. Deze Noren hebben niet alleen een vrolijke naam, van hun muziek word je ook bepaald vrolijk.

JoshTPearson_TimvanVeen_005

Daar alle wegen naar Rome leiden, belandden we uiteindelijk ook weer in de Janskerk. Als koorknapen betreden we een halfuur op voorhand het statige middenschip en moeten onmiddellijk een grijns onderdrukken bij het aanschouwen van de twee cowboys die wel leken weggelopen te zijn uit Brokeback Mountain, discrepant met het programmaboekje dat ons schaamteloos een vacuüm toont tussen Michael Price Trio en Josh T. Pearson. Hoe kan dit?! Bij nadere inspectie doet het stemgeluid en de mimiek van één van die cowboys ons plots verdacht veel denken aan diezelfde Josh T. Pearson –mochten we niet beter weten natuurlijk, want Josh heeft lang haar en een eeuwenoude baard terwijl de man die voor ons staat gladgeschoren is. Wanneer hij zich excuseert voor een “costume change” en later in dezelfde outfit terugkeert is de verwarring compleet, maar we hadden het dan toch bij het rechte eind. Na drie jaar isolatie in een klein Texaans dorp is Josh terug om oude littekens weer open te rijten. “You might wonder how such a good-looking guy can be so sad. What can I say? Good-looking people have problems too”. Josh ziet eruit als een Matthew McConaughey-cowboypastiche, en in een moment van zinsbegoocheling zien we Jon Lajoie voor ons staan in een smetteloos wit pak met bijhorende hoed. Als meest innemend personage van LGW? 2015 kwalificeert Josh T. Pearson onmiddellijk. Eerst horen we ‘Mary Full of Grace’, een nieuw schrijfsel, om daarna enkele smash-its van zijn debuutplaat voorgeschoteld te krijgen. Ook ‘Stillborn to Rock’ (Pearson lijkt intussen een patent te hebben op dit soort ironische titels), dat al zes jaar in de steigers staat, kreeg vanavond haar Nederlandse première. Als ‘Satan is Real’ vloeken in de kerk is, maakt Josh het daarna met zijn partner als Two Witnesses – Gospel Singers (666) goed met ‘Jesus’ van The Velvet Underground. Pearson is tegelijk een komiek en singer-songwriter, tegelijk een preker en een ketter. Het free-folk format dat Pearson heeft uitgevonden maakt zo’n performance in zijn geheel zo eenvormig (“you may recognize this picking pattern from the seven previous songs”) dat alleen een figuur innemend als Pearson dat boeiend kan houden, maar met nummers als ‘Sweetheart I Ain’t Your Christ’ heeft hij tijdloos materiaal in handen. Hij is trouwens nog single, ladies.

Evil Superstars 10

 

Zet Mauro Pawlovski en Tim Vanhamel in een vissersboot en ze vormen hem moeiteloos om tot ‘The Boat That Rocked’. Vettiger dan Evil Superstars wordt het niet. Begin jaren ’90 bewandelden ze het pad geplaveid door dEUS en consoorten, om hun tocht even abrupt tot een einde te zien komen. Artiestieke onenigheid of tegenvallende verkoopcijfers ten spijt, de band had zich intussen een cultstatus aangemeten die bijna passend onverklaarbaar was. Reünieoptredens in 2004 en 2013 zetten Pawlovski’s eigenzinnigheid nog eens extra in de verf. Om tegemoet te komen aan de smekende vraag van rockminnend Vlaanderen werden dit jaar uiteindelijk enkele standaard concerten gepland, waarbij de heren warempel weer eigen nummers speelden. Aan de verovering der Nederlanden heeft El Mauro waarschijnlijk nog wat werk, maar een wereldrijk bouw je niet op één dag. ‘If You Cry (I’ll Go to Hell)’, ‘B.A.B.Y.’ en ‘I Can’t Seem to Fuck Things Up’ klinken als vanouds retestrak, en de pornografische visuals doen aan The Flaming Lips denken. Mauro en co hadden misschien gerekend op iets meer trommelvliezen om te tergen, maar lieten dat niet aan hun hart komen. ‘A Sad, Sad Planet’ deed dienst als kurkdroge uitsmijter. Triggerfingereat your heart out.

STUFF., stuffer, stuffst: het Antwerps-Gentse jazzkwintet kan gewoon niet anders omschreven worden dan cool. Een half jaar lang worden ze al geroemd als “the next big thing” uit België, en Belgische dingen zijn schaars. Drummer Lander Ghyselinck ziet er jong en onervaren uit, maar vierde gisteren zijn 28e verjaardag. Naast eeuwige jeugd heeft de Schepper hem ook gezegend met een ritmegevoel waar een kaketoe jaloers op zou zijn. Samen met de bassist, die door gebrek aan bronnen en luiheid naamloos zal blijven, definieert hij de sound van STUFF. met een volledig tegendraadse invulling van hoe zij denken dat jazz, hiphop en funk hoort te zijn. Eigen nummers, covers -o.a. Public Enemy en Massive Attack passeren de revue- en live remixes vloeien naadloos in elkaar over. De speelvreugde wordt bijna tastbaar. De overige bandleden –keyboards, laptop en spacefluit- leiden ondertussen alles in goede banen. Hoogtepunt ‘Java’ doet uiteindelijk ook bij ons de motor volledig aanslaan en we wagen een wanhopige poging om de dansachterstand op enkele enthousiaste Utrechtse jongelingen bij te benen. De vogels waren echter al gaan vliegen.

Geschreven door (sv) en (v-jg)