skyline
 

#SR30-21

IMG_3274
Duiken doen we in die top 30! Broeierige klanken, legaal extremisme en klinkklaar je-m’en-foutisme; dat is wat deze lijst bieden zal. Rechtlijnige keuzes die ook zonder problemen verdedigd kunnen worden in de rechtbank, dat kan u van ons aannemen. Hardcore ben je nu éénmaal wél of niet.

30) Steve Albini – Shellac

Shellac of North America is nooit weggeweest van de live-scène. Jaar na jaar floreren op Primavera, jaar na jaar enkele welgemikte stoten onder de gordel. En nu dus ook opnieuw excelleren op plaat. ‘Dude Incredible’ is een verzameling van onaards grappige, geraffineerde, maar oh zo no-nonsense songs. Dat de gitaarpatronen van Albini nog altijd exact hetzelfde klinken als 20 jaar terug, maakt ook helemaal niets uit. Want als er één band is die de tand des tijds bespeelt, is het Shellac wel. Het titelnummer van de nieuwe plaat durft wel eens Oosters aan te doen; een ironische knipoog naar de stoner-dinosaurussen.

Live is het drietal nog altijd niet minder dan verrukkelijk om aanhoren. Ad rem zijn en tegelijk haarscherp de songs doorploegen is een gave die slechts weinige bands bezitten. In een volgepakt Jazzhouse bewezen ze het nog maar eens. En ook de persoonlijke muziekfabriek van Steve Albini draait nog steeds op volle toeren, met een keynote in vreselijke Amerikaanse traditie tot gevolg. Bottom line van het hele verhaal: doe waar je zin in hebt, en als dat brute muziek maken is; des te beter. Can I get an Amen to that?

29) Mogwai

Mogwai is één van de bands van het postrock-triumviraat samen met Godspeed You! Black Emperor en Explosions in the Sky, al voegden we daar recentelijk This Will Destroy You aan toe. De eerstgenoemden maakten met ‘Rave Tapes’ een plaat waarmee de Schotse bergen en meren van hun thuisland vertaald lijken te zijn in ellenlange riffs, geëxalteerde interludes en meeslepende, dramatische tonen. Live (onder andere op het Pitchfork Festival te Parijs en twee avonden in de AB – uitverkocht, jawel) werd dit gemengd met de verschroeiende gitaren van vorige albums en snoeiharde decibels, waardoor het begrip ‘eentonigheid’ ons voor een avond volledig onbekend leek.

28) Boomtown

Vijf dagen kunst in het Gentse met kleppers als 65daysofstatic en Son Lux, uiterààrd kan dat niet ontbreken in de #SR50. Ja, de Gentse Feesten duren er tien, toch voelen wij ons zo vrij enkel de vijf dagen van Boomtown als kunst te bestempelen, in schril contrast met de kitsch van het gros van het festival. Op vlak van prijs-kwaliteit waarschijnlijk een van de grootste hoogtepunten van het jaar, na de Feërieën in het Warandepark, die volledig gratis zijn. Naast de eerder genoemde vaste waarden als 65dos en Son Lux kregen (ver)nieuwe(nde) bands een podium, waardoor we ons vijf dagen de Vasco da Gama‘s der muziek waanden: we maakten kennis met onder andere YAWNS en zagen Bert Dockx voor het eerst in de gedaante van Strand.

27) Noisefest

‘Extremisme is nooit goed,’ zei een wijs man ooit. Maar soms maken wij bij Skyline al eens een uitzondering. Noisefest in de Kreun was de ideale plaats voor ons aandeel in de muzikale bendevorming die een niche genoemd wordt. Met een affiche die bulkte van de namen waar ook wij in het beste geval nog net het label ‘noise’ op konden kleven, zorgde Noisefest voor een ervaring die we in al onze ledematen zouden voelen. Met Puce Mary en Dave Phillips zag onze reporter ter plaatse twee bloedstollende shows die in foute zaaltjes al snel het etiket ‘illegaal’ meegekregen zouden hebben. Kruipende, getergde zielen op het podium, stenen die met een versterkte zaag in tweeën gesneden worden en vooral veel draden en analoge effectenbakken. Noisefest is een eye-opener, zoveel is zeker.

26) Gent Jazz

Voor wie echt van optredens houdt, is er in het bijzonder fijne Gentse sinds enkele jaren één zomers adres: Gent Jazz. Het is niet alleen het enige festival dat artiesten driemaal een korte set laat spelen – Julia Holter! – maar ook datgene dat ragfijne legendes (in wording) als Ibrahim Maalouf  en Tigran Hamasyan programmeert als hoofdacts. Dat zorgt voor een kennerspubliek dat met respect luistert naar de grootheden van de toekomst en het verleden. Ook Belgische onversneden klasse komt aan de beurt. Of het nu nieuwbakken jazztalent Melanie De Biasio is of Dans Dans; het maakt op Gent Jazz allemaal weinig uit. Het is een lesje in muzikaal vernuft, op alle niveaus. Als we dan ook nog eens tamelijk exclusieve acts als Avishai Cohen voorgeschoteld krijgen, weten we het wel. Het geluid zit goed, de champagne staat koud en de klassenstrijd laat ons even koud. Een blijvertje.

25) Colin Stetson en de opmars van de blazer

The National kondigde het al aan: de blazer is terug. The Antlers wijdde zowaar een album aan de trompet, Bon Iver-drummer S. Carey wisselde op zijn nieuwe plaat percussie voor blazers, soundtracks van films werden opgefleurd met saxofonen, een van de popsterren van het jaar, , gebruikte trompetsamples om de dansbenen los te maken, The War On Drugs mengt de sound van Bruce Springsteen tegen het einde van het album met een baritonsaxofoon, en wat maakt ‘Ben’s my friend’ net zo uniek op ‘Benji’ van Sun Kil Moon? 2014 werd het jaar van de blazer, precies 200 jaar na de geboorte van Adolphe Sax. En dan hebben we het, wat betreft jazz, enkel nog maar over Gent Jazz gehad.

Toch steekt één artiest er met kop en schouders bovenuit, tegelijk de artiest die ons het meest wist te bekoren met één instrument. De AB organiseerde in samenwerking met het Muziekinstrumentenmuseum te Brussel een reeks concerten met een centrale rol voor de saxofoon. Hier kon Colin Stetson niet ontbreken – en waar Stetson speelt kan Skylinereviews niet ontbreken. Om een zin uit onze recensie over deze zinderende avond te kopiëren: “Post-industriële klanken met onheilsspellende toetsen en haast militaire ritmes worden afgewisseld door schelle tonen en vervormde galmen”. De bijgevoegde video spreekt boekdelen, al wordt de live-Erlebnis in de verte niet benaderd.

24) Beck is back

We moesten er maar liefst 6 jaar op wachten, een nieuwe plaat van Beck David Campbell of gewoon Beck. Maar dat wachten was het meer dan waard; hij slaagt er op ‘Morning Phase’ in om het ultieme rustige zondagsochtendgevoel te vatten. Zoutloos is het daarentegen allerminst. Met uitwaaiende blazers, een streep psychedelica of de heerlijke pastorale invullingen weet hij je aandacht vast te houden. Hoewel het dus tot één van zijn beste werken mag worden gerekend, leidde de plaat toch tot een heuse schaalverkleining. Daar waar hij in 2008 nog Rock Werchter mocht subheadlinen kreeg hij dit jaar godbetert de Vorst club nog niet uitverkocht. Het zij zo.

23) Spoon

Spoon mag zich ondertussen net als Beck een vaste waarde beginnen noemen, zij het op een iets kleinere schaal. Al brengen ze al meer dan 10 jaar steevast goede platen uit. Zowel live als op hun laatste plaat ‘They Want My Soul’ wisten ze ons ook nu weer te overtuigen. Democrazy wist vorige maand het bonte gezelschap eindelijk nog eens voor een zaalshow naar België te halen. En ze gaven daar losjes één van de beste shows die we dit jaar zagen. Gewoon stevige rock ‘n’ roll met de nodige portie soul, schreven we toen al. En dat is ook gewoon de essentie van Spoon.

22) The Necks: de essentie van livemuziek

Live iets creëren is helaas in de meeste gevallen verleden tijd. Laptopmuzikanten en generische tapebands regeren anno 2014 de gehele live-scene. Gelukkig valt er soms nog een appel iets verder van de boom. The Necks is hét levende bewijs dat live muziek altijd spannend en altijd anders kan zijn. Met hun zinderende performances in Jazzhouse en onze eigenste Handelsbeurs werd nog maar eens duidelijk dat dit drietal bij de grote jongens speelt. Post-everything is eigenlijk de beste beschrijving van het kat-en-muisspel dat de drie Australiërs met hun publiek spelen. Eindeloze repetitieve sequenties die slechts incrementeel veranderen en steeds opbouwen naar een climax die er zelden echt komt. Vergelijk het met een écht goede DJ-set: altijd de onderhuidse spanning, slechts zelden een echte eruptie. The Necks spelen het spel briljant, en verliezen daarenboven zelden.

21) Aphex Twin

Richard D. James heeft gevoel voor marketing. Een zeppelin, een heilige verschijning en tarotkaarten toonden allen aan dat Aphex Twin met een nieuw album zou komen. ‘Syro‘ is het resultaat van uiterst gear-fetisjisme en gigantisch muzikaal talent. Een stuiterende trip doorheen de jaren ’90, maar dan in een modern jasje. Nu de man vader is van een vijfjarige zoon die zélf muziek begint te maken, lijkt er een soort van empathie in zijn werk gekropen. Of althans in zijn manier van communiceren. De Caustic Window LP bleek dan ook slechts een verdomd goeie opwarmer voor het grotere werk.

De 70-minuten durende reis langs ‘Windowlicker’ en ‘Avril 14th’ heen leidt niet meteen tot nieuwe inzichten, maar de algehele kwaliteit van het werk is nog steeds ongelooflijk. Een song als ‘XMAS_EVET10 [120][Thanaton3 Mix]’ kan alleen maar van deze man komen. Tien minuten lang ademloos luisteren naar het belachelijk heldere geluid dat elektronica kan vormen. Want ja, het hoeft niet allemaal prefab bagger te zijn. Dat Aphex Twin net buiten de top 20 valt, heeft dan ook alleen maar te maken met het feit dat er 20 beteren waren.

Geschreven door Stef Claes, Sander Bortier en Tim Huybrighs.