skyline
 

Dans Dans – I/II

8,5/10

I/II is een film noir. Niet pikdonker of aardeduister; wel grofkorrelig, weerbarstig en mysterieus. Muziek die je in eerste instantie rustig in je zetel doet vlijen en genoegen neemt met een plaats op de achtergrond, maar je evenzeer plots de adem kan afsnijden met een brutale tempowisseling, kortstondige noise-eruptie of onweerstaanbare drumfill.

Het vorig jaar verschenen titelloze debuut was al een mooie voorbode. Niet veel meer dan een uit de kluiten gewassen EP en niet over de ganse lijn even sterk, maar desalniettemin een eerste aanwijzing van het talent dat in Dans Dans geconcentreerd zit (luister zeker eens naar het geweldige ‘Waterpoort’). Dat talent is meer bepaald: Bert Dockx, frontman van het evenzeer fantastische doch schromelijk onderbelichte Flying HorsemanSteven Cassiers, drummer bij onder meer Dez Mona, en Frederic ‘Lyenn’ Jacques, die naast zijn solowerk de basgitaar hanteert bij Mark Lanegan.

De plaat heeft iets rauw en exotisch, en kan niet verder afstaan van de salonjazz waar het nochtans geregeld naar knipoogt. Denk aan de groezeligheid van ongepolijste garagerock, maar dan wel gekoppeld aan een zeldzame muzikale inventiviteit en een bijzonder gevoel voor psychedelica. Verdienstelijke composities en ongetemde, eigenzinnige covers (de heerlijke Tom Waits-interpretatie ‘Yesterday is Here’ op kop) gaan hand in hand op dit album, dat ondanks zijn rudimentaire aanpak de spanningsboog geen moment laat verslappen. Opmerkelijk, voor een volledig instrumentaal album dat pas na 71 minuten de naald uit de groef laat sporen.

Een totaal gebrek aan iedere neiging tot onnodige opvulling fungeert bij Dans Dans als vierde instrument, en dat resulteert doorheen de hele plaat in een directheid die misschien wel de grootste troef is van dit trio. Een repetitieve gitaarriff die langzaamaan in zichzelf verdrinkt en ongemerkt wegdeint, of net zonder enige waarschuwing compleet ontspoort in een extatische chaos van loops en feedback: aan variatie geen gebrek, en de afwezigheid van voorspelbare structuren valt te bewonderen.

Hoewel Bert Dockx’s gitaarspel veelal het voorplan inneemt, is het toch vooral de percussie die op deze plaat met de lauweren gaat lopen. Steven Cassiers is zonder het minste gevoel voor overdrijving een van de meest veelzijdige drummers van het moment. Zoals het een jazzdrummer betaamt neemt hij ondanks zijn superieure speelkwaliteiten veelal genoegen met een plaats in de schaduw, maar maakt hij de momenten waarop hij in het voetlicht treedt eens zo memorabel. Onnavolgbare patronen en ritmewissels, geteisterde hi-hats en snedige roffels schudt hij schijnbaar achteloos uit zijn mouw, en slaagt er bovendien in dat geheel organisch te doen versmelten met Lyenns – evenzeer verdienstelijke – basspel.

Dat alles resulteert in een bijzonder visuele plaat die even spontaan als gebalanceerd is, en wat ons betreft nu al het beste Belgische product van 2013. Laten we hopen dat Dans Dans geen snoepje voor de critics blijft, want ‘I/II’ hoort thuis in iedere platenkast.

Geschreven door Victor-Jan Goemans